schoolgaand kind (4 - 18 jaar)


Achtergrond

schoolgaand kind (4 - 18 jaar)

Bewegen speelt een grote rol in het sociale leven van schoolgaande kinderen. Meedoen met allerlei beweegspelletjes geeft ze de mogelijkheid contact te maken met andere kinderen.
Daarnaast ontwikkelen kinderen, die veel bewegen en (buiten) spelen, zich sociaal en emotioneel sterker en lopen minder risico op gezondheidsproblemen.
Schoolgaande kinderen leren in deze fase motorische vaardigheden, zoals op 1 been staan, hinkelen, fietsen, zwemmen, tekenen, kleuren, knippen en schrijven. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer de omgeving van hen gaat verwachten. Ze krijgen meer taken en het sociale leven wordt steeds belangrijker.

Ook spelen de groeispurt en puberteit een grote rol in de ontwikkeling van het kind. Vooral tijdens de groeispurt zijn (sportende) kinderen extra gevoelig voor (overbelasting) blessures.

Kinderen kunnen motorisch onhandig of houterig zijn, een slecht evenwicht hebben of angstig zijn om te bewegen. Soms kunnen ze moeite hebben met het uitvoeren van bepaalde motorische vaardigheden, een verkeerde lichaamshouding hebben aangeleerd of last hebben van een blessure. Hierdoor worden ze gehinderd in hun bewegen, sport en spel. In deze situaties kunnen ze baat hebben bij kinderfysiotherapeutische behandeling.

wat voor klachten?

  • Het "onhandige kind" (onder andere DCD-kinderen (developmental coördination disorder)).
  • Motorisch achterblijven ten opzichte van leeftijdsgenootjes.
  • Afwijkend looppatroon, tenenlopen, naar binnen lopen met de voeten.
  • Schrijfproblemen.
  • Verkeerde lichaamshouding (bijvoorbeeld: "tabletnek", "game-arm").
  • Gedragsproblemen en ontwikkelingsstoornissen (ADHD, autisme, ASS, PDD-NOS). deze kinderen vaak bijkomende motorische bewegingsproblemen.
  • Kinderen met bewegingsangst, faalangst maar ook hyperventilatie.
  • Te lage of te hoge spierspanning.
  • Hoofdpijnklachten.
  • Kinderen met orthopedische problematiek, dit zijn aandoeningen aan spier/pees en/of botstructuren (ook manueel therapeutisch beoordelen)
  • Scoliose.
  • Sportblessures.
  • Neurologische aandoeningen.
  • Revalidatie na trauma, operatie of chemokuren.
  • Aangeboren of verworven aandoeningen (bijvoorbeeld cerebrale parese, Erbse parese, aandoeningen van de luchtwegen, jeugdreuma, spierziekte, Down)

Schoolgaande kinderen worden vrijwel altijd op de praktijk behandeld.
Soms blijkt na onderzoek, dat een kind beter af is bij een cesar therapeut, podotherapeut of ergotherapeut. Er wordt dan in overleg doorverwezen. Manueel therapeutisch kan er ook vaak nog gekeken worden bij ons in de praktijk.